A day of doing

Het geluid van zijn wekker zorgde ervoor dat de eerste minuut van de dag al een schrikwekkende ervaring was. Vanaf dan ging het alleen maar bergaf voor onze man. Op automatische piloot voerden zijn vermoeide benen hem naar de badkamerspiegel. Een snelle blik op zijn spiegelbeeld was een vast onderdeel van zijn ochtendritueel. Alsof hij naar een klok keek en dadelijk het uur vergat.

Hij pletste ijskoud kalkwater uit de verouderde stadsleidingen in zijn gezicht en stak een harde tandenborstel achter zijn kiezen.

Een kop koffie was altijd het begin van zijn dag. De kapotte koffiemachine maakte met veel lawaai de vloeistof die hij voor de rest van de dag door zijn aders wou voelen pompen en gonzen. Hij dronk zijn kop cafeïne met op de achtergrond het gebonk en gedreun van de stad die ontwaakte, en las de populistische nieuwsreacties in de ochtendkrant.

Hij haastte zich de deur uit om in een bushalte te schuilen voor de gietende regen. De mensen die het openbaar vervoer namen kwamen altijd net iets te dicht bij hem staan zodat hij elke keer een stap verder in de grijze regendruppels moest zetten. Hij plofte de bus in en de geur van zweet en specerijen drong diep in zijn neus.

Op het werk onderging hij dagelijks de stemmingswisselingen en verborgen agenda’s van zijn collega’s. Tijdens zijn lunchpauze luisterde hij naar een zelfverklaard introvert die bijna elke lunchpauze vulde met anekdotes over zichzelf. 

Onze man lachte heel de dag vriendelijk naar iedereen tot iemand vroeg waarom hij lachte en hij het antwoord niet wist.

Na een geestdodende dag slofte hij naar zijn boekenkast. Hij nam een boek en zette zich op zijn balkon. Via het aangrenzende balkon kwam zijn buurman praten over ellende. Veel heeft hij toen niet kunnen lezen. ‘Yoga om zeven uur’ was het excuus om te vertrekken. Hij haastte zich naar de studio en luisterde een uur naar het gekreun van de andere deelnemers. Af en toe sloegen de fysieke inspanningen op de darmen van iemand en weerklonk ook dat geluid via de matjes. Verlichte zielen vinden dat helemaal niet grappig dus daar werd niet mee gelachen. Na de les voelde iedereen aan de sapjesbar zich getransformeerd, behalve hij.

Als de zon onder is mag er alcohol gedronken worden. Onze man dronk een vol glas rode wijn en liet de indrukken van de dag ongehinderd zijn hoofd binnendringen: De andere mensen. Wat ze zeiden, niet zeiden en eigenlijk bedoelden, flitste in niet chronologische flashbacks door zijn hoofd. Deze dagelijkse doemdenkerij bezorgde hem na zeven minuten een intense hoofdpijn.

In bad lag hij daarna te weken, te denken en te smeken. Hij weende, hij lachte en dreef rond in het heldere water. Daarna plofte onze man in bed en droomde dromen waar je moe van wakker wordt.