An afternoon of walking through the rain

In de grote stad waar veel gebeurde en mensen naar interessante dingen gingen kijken- zo’n stad waar je naartoe reist om als een ander mens terug te keren- in die bruisende stad vol mensen die vanalles deden, woonden twee gebroken zielen, die elkaar graag zagen. Dat ze elkaar graag zagen dat weten wij. Wij weten dat omdat wij hun eigenaardigheden, verzameld in dit verhaal, waarnemen. Dat ze elkaar graag zagen is een observatie van ons. Zij slaagden er niet in dit aan elkaar duidelijk te maken.

In deze grote stad regende het veel. Iedereen moest overal naartoe met een paraplu. Er werd procentueel meer in de regen gekust dan in andere steden. Niet omdat ze een of ander Hollywood ideaalbeeld van een kus in gedachten hadden, maar eerder omdat het altijd regende. Buiten kussen, zonder regenbui was bijna onmogelijk. Na een eerste ontmoeting is binnen kussen bijvoorbeeld voor veel mensen geen optie, omdat binnen een volslagen vreemde, jouw boeken en bindingsangst ziet. Dan maar een kus in de gietende regen voor de voordeur, dachten de mensen in de grote stad.

Een van de twee mensen, die er niet in slaagden om elkaar te zeggen hoe graag ze elkaar zagen, besloot op een regenachtige dag een hedendaagse liefdesbrief te schrijven. Zij deed dat via zo’n sociaal netwerk dat uiteindelijk al je data blijkt te verzamelen. Het zou goed kunnen dat meer mensen deze wanhopige poging hebben kunnen aanschouwen.

 

Over de persoon die de liefdesbrief schreef moet je het volgende weten: ze is een zelfzekere vrouw met angstige dromen. Introvert met overwegend extraverte kenmerken. Lichtelijk autistisch, lichtelijk psychotisch. Bijna nooit thuis maar wel heel graag thuis. Perfect functionerend maar toch doodongelukkig. Zo iemand. Beter kan ik haar niet omschrijven.

Op een regenachtige dag schreef ze in het datadal aan de man op wie ze toevallig haar aandacht gevestigd had: ‘hallo’. De man aan de andere kant van het 24/7 datadal antwoordde niet. Waarom? Er zijn een aantal dingen die je moet weten over de man. Hij viel op vrouwen met mentale problemen maar ze mochten niet te wanhopig zijn. Hij hield van knappe vrouwen maar ze maakten hem eigenlijk onzeker. Ze mochten intelligent zijn, maar liefst niet intelligenter dan hij. Maar zij overtroefde hem met de lancering van die wanhopige ‘hallo’, en dat kon hij moeilijk verkroppen.

 

Hij besloot enkel een lange stilte terug te stoten in het diepe datadal. De exacte redenen voor zijn weloverwogen stilte zullen we nooit weten omdat hij ze zelf niet wist. Maar de vrouw in de grote stad las allerlei artikels over mannen, dus vond ze na een aantal dagen wel een onjuiste reden waardoor heel die situatie niets met haar te maken had. Ze verkondigde deze analyse aan haar vriendinnen van de grote stad op nachtelijke recepties, na activiteiten. De vriendinnen knikten zo hard ‘ja’ dat hun cava bijna uit hun glas klotste. Terwijl ze wisten dat het allemaal verzinsels waren.

Zo eindigt een grote liefde in de grote stad. Gelukkig is er genoeg te doen.