A morning of finding the words

Zijn bestaan was niet in woorden te vatten. Hij leefde van dag tot dag en durfde af en toe ongezien ver vooruit te kijken. Hij zocht rust in zijn chaotisch tuintje en chaos in het rustige dorp. Hij was niet te verslaan en liet iedereen winnen.

Hij weende als hij kwaad was en hij lachte bij de kwaadheid van een ander. Hij dronk wijn zonder water maar niet zo vaak wijn. Hij liet iedereen uitpraten en onderbrak je in zijn gedachten. Hij was geliefd maar had maar enkelen lief. Zijn woorden waren weloverwogen en zijn uitspattingen vaak onbegrijpelijk. Als je hem probeerde te verwoesten dan liet hij dat toe. Tot hij er genoeg van had en dan was het aan jou.

 

In zijn huis woonde iedereen want iedereen was welkom. Ze aten zijn eten en dronken zijn woorden. Ze merkten hem niet op maar jaren later dachten ze nog aan hem.

Hij heeft heel zijn leven gewerkt maar eigenlijk meer geleefd. Hij plukte bloemen voor zijn vrouwen en schreef brieven voor zijn kinderen. In die brieven stonden doodnormale gedachten zoals ‘sorry’ en ‘tot morgen’.

Zijn bestaan was niet in woorden te vatten. Misschien was het wel poëzie.